Spelregels

‘Hé scheids, het is geen zaalvoetbal’

Door JÖRN TE KLOEZE,

lid Landelijke Commissie Spelregels COVS


Na artikelen in De Scheidsrechter over spelregels in het veldvoetbal nu een stukje over spelregels in het zaalvoetbal.

De regels van het zaalvoetbal zijn in de loop van de tijd natuurlijk best wel veranderd. Waarbij ‘vroeger’ lichamelijk contact en slidingtackles uit de boze waren, is dat nu deel van het zaalvoetbal geworden. Desondanks hoor je vaak spelers bij het veldvoetbal naar een scheidsrechter roepen ‘het is geen zaalvoetbal’, als een scheidsrechter de wedstrijd strak en kort houdt. Hetgeen natuurlijk aan te raden is, teugels laten vieren is altijd gemakkelijker dan ze later weer willen aanhalen. Zaalvoetbal is net als veldvoetbal een contactsport geworden, dus de opmerking komt van spelers die de regels van het zaalvoetbal niet zo goed kennen.

Misverstand

Een ander groot misverstand dat is ontstaan is dat er vaak gezegd wordt dat er in de eerste en eredivisie andere spelregels zijn. Het klopt dat er een ander spelregelboek is, maar niet dat de spelregels anders zijn. De enige verschillen zitten hem in onder meer in de zuivere speeltijd en 10-metertrappen, maar niet in de spelregels voor overtredingen. Simpel gezegd: er mag in de eredivisie net zo veel wat spelregels betreft als in het district

Er staat over lichamelijk contact het volgende beschreven: ‘Zaalvoetbal is een sport waarbij vaardigheid vereist is en de scheidsrechter moet begrijpen dat lichamelijk contact tussen spelers normaal is en een aanvaardbaar onderdeel is van het spel’. Het is aan de scheidsrechter om de grenzen aan te geven van wat toelaatbaar is in de zaal. Een correcte schouderduw is ook in de zaal gewoon toelaatbaar, dit mag natuurlijk niet ontaarden in gooi- en smijtwerk.

De vraag is dan natuurlijk wat een correcte schouderduw is. Reglementair is volgens de spelregels: duwen met schouder tegen schouder, de bal binnen speelbereik en met de mogelijkheid om de bal te spelen. De arm moet hierbij tegen het lichaam gedrukt blijven. Elke andere vorm van duwen is een overtreding. Dit geldt ook gewoon voor het veldvoetbal.


Slidingtackles

Het andere punt waarbij regelmatig vreemde gezichten worden getrokken door spelers, scheidsrechters of toeschouwers die de laatste jaren weinig zaalvoetbal hebben gezien zijn de slidingtackles. In de spelregels staat nergens dat slidingtackles niet zijn toegestaan. Een netjes uitgevoerde slidingtackle is dus geen overtreding. Pas als de tackle onreglementair wordt uitgevoerd en de speler daarmee zijn tegenstander ten val brengt is er sprake van een overtreding en dus een directe vrije schop of strafschop.

Sliding komt van het Engelse woord slide, hetgeen glijden betekent. Een speler en een scheidsrechter moeten zich realiseren dat de speler een risico loopt om bij een slidingtackle te laat te komen en daardoor dus een overtreding te begaan. Voor scheidsrechters is het belangrijk dat ze goed letten op acties waarbij de bal in het geheel niet geraakt of gespeeld wordt.


Invliegen

Een groot deel van de spelers weet niet op welke wijze een correcte slidingtackle dient te worden gemaakt. Je kent wel de spelers die als een wilde komen invliegen en vervolgens verbaasd reageren als de scheidsrechter fluit. Veelal met gebaren van: ik speelde toch de bal of de bewoordingen ‘het was de bal, scheids’.

De belangrijkste voorwaarde voor een correcte slidingtackle is natuurlijk dat dit geen gevaar voor de gezondheid van de tegenstander mag opleveren. Dan is er sprake van ernstig gemeen spel.

Een slidingtackle is alleen toegestaan als het glijdend gebeurt met een of beide benen over de grond, de bal voor de voeten van de tegenstander wegspelend. De bal moet hierbij natuurlijk wel gespeeld/geraakt worden.

Bedenk als scheidsrechter wel dat voor een correct uitgevoerde slidingtackle ruimte nodig is. Als een slidingtackle van te dichtbij wordt ingezet, valt de aangevallen speler vrijwel zeker over het (uitgestoken) been van zijn tegenstander (een te late tackle), hetgeen bestraft dient te worden met een directe vrije schop of strafschop.

Daarnaast zal je als scheidsrechter scherp moeten zijn op slidingtackles die van voor of van achter of opzij op een tegenstander worden ingezet, terwijl deze de bal aan de voet heeft. Er dient namelijk uitsluitend de bal gespeeld te worden. Natuurlijk kan het zijn dat er na een correcte sliding contact ontstaat tussen de spelers.


Onbesuisd

Net als bij andere overtredingen geldt dat bij een onvoorzichtig niet correcte slidingtackle er een directe vrije schop of strafschop dient te worden toegekend. Indien onbesuisd zal daarbij een waarschuwing/gele kaart getoond dienen te worden en als het gepaard gaat met buitensporige inzet of de veiligheid van de tegenstander in gevaar wordt gebracht zal er een rode kaart getoond moeten worden.


In Regel 12 – Overtredingen en onbehoorlijk gedrag van het spelgelboek staat dat: ‘In feite is een groot deel van de zogenaamde slidingtackles strafbaar. Het aantal blessures ten gevolge van acties die slidingtackles worden genoemd is groot en het is de taak van de scheidsrechters op dit punt streng op te treden.’

Kortgezegd en samenvattend zijn bij het zaalvoetbal lichamelijk contact en correct uitgevoerde slidingtackles geen overtredingen en gewoon toegestaan.