Scheidsrechter Leo Blank zondag 24 februari bij aankomst op complex van De Dreef in Utrecht, 82,2 kilometer verwijderd van zijn woonplaats Berkhout.

Kritisch Bekeken

door LEO BLANK


Voetprint


Voetbalarbitrage en klimaatakkoord. Hebben die beide termen ook maar in de verste verte iets te maken met elkaar?


Op het eerste gezicht lijken het begrippen uit twee totaal verschillende werelden. De zorg om het klimaat krijgt weliswaar een snelgroeiend aantal medestanders, dat (assistent)arbiters ook een bijdrage kunnen leveren aan behoud van de aarde lijkt nogal ver gezocht. Tenminste als de blik niet verder gericht is dan de afmetingen van een voetbalveld. Maar wie iets verder kijkt komt al snel tot de slotsom dat de arbitrage in Nederland, maar ook in het buitenland, het eigen handelen gerust eens kritisch tegen het licht mag houden. Dat onze nationale toppers in het betaald voetbal met grote regelmaat in het vliegtuig stappen, vaak met een ploeg van wel zes of zeven man, om in het kader van een Europese of mondiale competitie een wedstrijd in goede banen te leiden is nog wel te verklaren en te verantwoorden.


Overbodige kilometers

Maar wie het dichter bij huis zoekt, bijvoorbeeld op districtsniveau bij de amateurs, moet het al vrij snel opvallen dat er ontzettend veel overbdige autokilometers worden afgelegd om een duel te fluiten.

Hoe logisch is het dat een scheidsrechter, bijvoorbeeld op het niveau van de vierde klasse, honderd kilometer rijdt om zijn taak te vervullen? Is er ergens in de buurt ook niet een wedstrijd op zijn of haar niveau beschikbaar? Tuurlijk!

Is het, in het verlengde van de hiervoor opgeworpen vraag, logisch dat een arbiter uit Den Helder (West I) afreist naar Vianen en op hetzelfde moment een collega uit Houten in de auto stapt voor een rit naar Texel? Het is een volstrekt willekeurig voorbeeld van een praktijk die zich ieder weekend op zowel zaterdag als zondag herhaalt.

Let wel: we hebben het in dit voorbeeld over het op één na laagste speelniveau bij de amateurs. Niet over de hoofdklasse of daarboven, waar clubs al snel in landelijk verband tegen elkaar uitkomen en het voor de hand ligt om ook de arbitrage zonder afstandsgrenzen aan te stellen.


Nadenken

Kortom, moet de KNVB niet eens diepgaand nadenken over de bijdrage die de bond kan leveren aan verbetering van zijn ecologische footprint? Tot nu toe is het vaste antwoord vanuit Zeist dat een scheidsrechter bij iedere club in zijn of haar district aangesteld moet kunnen worden.

Maar is zo'n vastgeroest standpunt in deze andere tijden, waarin het klimaat en met name de zorgen daarom een steeds promintere plaats opeisen in de publieke discussie, nog langer te handhaven? Of zou het van gezond verstand getuigen als de KNVB de koers op dit gebied wijzigt? Proberen ‘out of the box‘ te denken?


Zelf kiezen

Een eerste stap zou kunnen zijn om scheidsrechters die niet op landelijk niveau actief zijn zelf de keuze te kunnen geven. Zodat ieder voor zich voor de start van de competitie kan uitmaken binnen welke actieradius hij of zij een wedstrijd wil fluiten. Waarbij pakweg een ondergrens zou kunnen gelden van veertig of vijftig kilometer om te voorkomen dat een arbiter drie of vier keer in een seizoen hetzelfde team fluit.

Wie pakt de handschoen op?